donderdag 23 mei 2013

Onderweg 65

Bilbao

Vroeg op om op tijd in Bilbao te zijn, dit betekent een reis met een Minibusje naar het plaatsje Castro Urdiales .

 Op het Plaza de Torros, waar vroeger stierengevechten werden gehouden, overstappen op een grote bus naar Bilbao en dan op de tram naar het Guggenheim museum. Het duurt allemaal wat langer dan gepland want na iets meer dan anderhalf uur zijn we er. Gelukkig nemen we bij de Bus Terminal, met een Engels echtpaar voor 2,50 per stel, een taxi naar het museum, anders had het langer geduurd.
(de terugreis doen we binnen het uur)

Voor lang was Bilbao die stinkende industriestad op de oevers van de poepbruine Rio Nervión.
Maar zet er een absurd groot en/of duur gebouw van een beroemde architect neer en je stad staat weer stevig op de kaart.
Architect Frank Gehry stapte in het vliegtuig naar Bilbao , beklom een berg en keek neer op de stad en zag dat het goed was. Hij tikte voor een "prikkie!" een scheepslading titanium op de kop en bouwde een van ’s werelds beroemdste gebouwen: het Guggenheim-museum.



Vijftien jaar later is het letterlijk wervelende bouwwerk van Gehry nog steeds dé trekker, met ruim tienduizend vierkante meter tentoonstellingsruimte. Ruim de helft daarvan is voor wisselende tentoonstellingen, in de overige van de twintig galerijen hangen Warhol, Magritte, Picasso en Dalí.

Maar ook George Baselitz, die een bestaand schilderij van Otto Dix zijn ouders bewerkte tot een satire op Vladimir Lenin en Joseph Stalin.

Voor de deur staat een van de leukste kunstwerken: Puppy (spreek uit: Poepie), een uit fleurige petunia’s opgetrokken metershoge knuffelhond van kitschkoning Jeff Koons.
Voor ons jammer dat het in de steigers staat en er (bijna) niets van te zien is.

Wegwijs worden in deze titanium kathedraal der moderne kunst gaat met een audiogids, cadeau bij het toegangskaartje van 11 euro p/p.


Ook leuk is de audiogids voor buiten, met tekst en uitleg over de architectuur.

Mij lijkt dat het titanium zo veranderlijk is als het weer. Ik droom even weg, want vandaag is het nat en grauw en het gebouw dus dubbel grijs. Maar ik stel het mij voor op een zonnige dag, flonkerend spierwit tegen een strakblauwe hemel, of ’s avonds pastel roze in het schijnsel van de ondergaande zon. Ik moet er lang over nadenken of ik het gebouw nu mooi of spuuglelijk vind.



Ja, en dan binnen. In eerste instantie doet het mij even terugdenken aan het Gasunie gebouw in Groningen met z'n draaiend gewelf naar boven.

Maar de forse architectuur van glas, titanium en hout brengt me snel weer tot de werkelijkheid.





Een installatie van ledverlichting, die in een warenhuis als reclamezuil niet zou misstaan.





En een permanente installatie van meneer Richard Serra. We mogen geen foto's maken, dus doen wij dat toch, totdat een stoere dame ons vriendelijk maar duidelijk op een bordje wijst, wat wij zojuist bijna omver hebben gelopen. NO PICTURES. Hoe noem je dat ook alweer? Ziende blind.

Het is veel, heel veel, van Surrealisten tot Impressionisten, maar ook kunst gemaakt tijdens de oorlog in internering- kampen. Ook heeft de oorlogstijd kunstenaars geïnspireerd tot kunst uitingen.


Het rondlopen in zo'n inspirerende omgeving heeft ook zo zijn invloed op 'der Betrachter'.




Oke, het is een foto op de plee, maar wel een plee in het Guggenheim museum.






Nog even iets over de camping, de kastjes voor het aansluiten van de stroom zitten op slot. Wil je aangesloten worden, dan meld je dit even bij de receptie en dat staat er duidelijk op. (Let even op Duits en Nederlands).

Morgen verlaten we Spanje, dus alle Spaanse boeken en wegenkaarten kunnen weer onder in de camper opgeborgen en gaan we ons richten op Frankrijk en haar bezienswaardigheden.